DE AANKLEDING VAN DE ST. ANDRIESKERK
Aanvankelijk sierde een groenkleurig gobelin de achterwand van het priesterkoor in de St. Andrieskerk. Men vond echter dat dit weinig uitstraling had. Daarom zocht men naar een andere invulling.

Het drieluik van Hugo Brouwer Zo kreeg de Nuenense schilder Hugo Brouwer, destijds een van de parochianen, in 1973 van het parochie de opdracht, voor de achterwand van het priesterkoor een schilderstuk te maken. Dit werd het bekende drieluik van Hugo Brouwer. Een drieluik, aan beide kanten beschilderd, olieverf op hout. De afmetingen werden bepaald door de architect van de kerk: 3.51 bij 2.28 meter. Breedte met opengeslagen deuren 4.56 meter. Het werd een imposant schilderij, modem van beeld, vol kleur en allure. In een interview in het Eindhoven Dagblad van 23 april 1983 wees Hugo Brouwer op enkele facetten uit de beginperiode van de Andrieskerk die hebben geleid tot de opdracht voor dit drieluik: ‘Een modem kerk uitermate sober en bescheiden, praktisch en zakelijk, meer een huis voor de gelovige dan een symbool van God, zonder luxe zonder pracht en praal. Er hangt geen sfeer van triomf of macht. Alles is gericht op inkeer en bezinning. Er komen gewone parochianen, kinderen, grote en kleine, met behoefte aan wat kleur en leven spanning en contrast. Voor deze mensen heeft de kerk net iets te veel van het goede: te veel wit, te kaal en te kil. De “absolute beeldenstorm” blijkt toch zijn nadelen te hebben. Er komt een beetje verzet tegen de verstilde sfeer. De mensen willen iets “beleven”, ook zintuiglijk, met oog en oor. De pastoor brengt grote bossen kleurige bloemen binnen. Er worden kindertekeningen opgehangen. De jongeren brengen muziek. Er wordt zelfs af en toe lawaai gemaakt, getrommeld en trompet geblazen en het blijkt dat dit alles – de kleurenrijkdom van bloemen en oude gilde vaandels, de muziek – niet de “fijne’ stilte verstoort maar haar juist meer tastbaar maakt. Vanuit deze situatie groeit de behoefte aan meer contrast’, aldus Hugo Brouwer. De opgave voor de schilder kwam dan neer op het maken van een drieluik dat enerzijds het interieur van de kerk opfleurt en anderzijds de moderne gelovige iets te zeggen heeft. De kunstenaar vergeleek de kerk met een prachtige, rustige maar lege schaal waarop enkele kleurige vruchten moeten komen te liggen. Op deze schaal moest iets komen wat echt en oprecht is, hoe primitief dan ook, als het maar niet die zoetsappige schijnvroomheid van heilige plaatjes uit vroeger tijden is die met ware godsdienstzin niets te maken heeft. Zoals de kerk een eerlijke ruimte is, zo is het drieluik een eerlijke getuigenis geworden van ons eigentijds geloof, niet van een schijngeloof.

‘Het drieluik is een poging van een parochiaan van de Andries parochie om de God van nu, het leven, de zin van het leven, de gerichtheid op God, uit te beelden. Elk onderdeel heeft zijn betekenis, geeft aanleiding om na te denken, roept vragen op, irriteert misschien. Het blijft aandacht vragen, maar …..is dat niet nodig in deze tijd? Het moet over tien jaar nog zo zijn. Dan is het pas een geslaagd schilderij. Als we de deuren van het drieluik openslaan, overheerst in het middenpaneel de figuur van de Schepper. Die Schepper is er duidelijk, maar ziet op de traditionele manier. Hij draagt om zo te zeggen heel de door Hem bedachte schepping in zijn hoofd. De Schepperfiguur steekt als een grote berg uit boven alle andere bergen, de Heer is als de berg Sion. Hier wordt Hij vaag, met nog wel iets van de menselijke gestalte weergegeven. Men ziet Zijn machtige, scheppende arm met de maatstok. Immers Hij is de maatstaf van alle mensen en dingen. Onder die arm kan men de figuur van Jezus zien, die het leven van de Schepper op de aarde verkondigt. Dit goddelijk leven wordt de mensen aangeboden. Men kan het aanvaarden of niet. Men kan er “ja of nee” tegen zeggen. Dit wordt uitgebeeld in de figuren van de zijluiken. De figuur op het linker paneel aanvaardt het leven zoals het voortkomt uit de hand van de Schepper. Zij staat naar de Schepper toegekeerd en draagt haar hart op de hand. Zij heeft geen handen genoeg om geluk en vrede te laten zien. Zij ontvangt leven uit de hand van de Schepper en door het te aanvaarden is zij zelf in staat leven voort te brengen. Zij vaart er wel bij. Het kind, dat uit de schoot springt, stelt voor de energie, de daadkracht, de goedheid van zovele mensen die Gods mededelende liefde in zich opnemen. Deze figuur is het beeld van alle vrede-volle mensen. De slang, het kwaad, zal hen niet meer raken en als een roos blijven zij hun geur en hun schoonheid geven tot geluk van mede mensen’. Aldus Hugo Brouwer over zijn schepping.
Linker luik
Rechter luik
‘Voorkant’, achterzijden van linker en rechter luik.
Er kan wellicht geen betere beschrijving of uitleg van het drieluik gegeven worden dan het onderstaande gedicht van Hugo Brouwer zelf: Van dit drieluik, dames heren, van dit drieluik aan de wand kunt u echt nog heel veel leren, mits u kijkt met uw verstand. Op de voorkant van het drieluik ziet u het grote doolhofdier. Leven is soms als een doolhof menigeen verdwaalde hier. Boven ziet u ’t goede leven, ’t leven vol vermaak en sier. Onder ziet u het nare leven, onder dreigt het doolhofdier. Wat moet nu de ziel wel denken, Is het Yes of is het No. Hij vraagt aan zijn kleine lichtje, is het zus of is het zo? Als men nu het drieluik opent ziet men God in het centrum staan. Wie dat doet in eigen leven heeft de juiste keus gedaan. Links ziet u de ziel die “Ja” zegt tegen God, die hij ontmoet in zichzelf en in ’t leven als de bron van alle goed. Doolhof houdt hem niet gevangen, geloof bevrijdt hem van de dood. God, de maatstaf aller dingen is de redder uit zijn nood. Rechts de ziel die niet kan geloven Zij zegt “Nee” ik zie het niet. Velen, kunnen niet geloven, velen leven in verdriet. Het leven sijpelt uit hun wezen en de dood huist in hun geest. Nergens zien zij meer een uitkomst tot dat God ook hen geneest. Ja, de schilder die dit maakte gelooft met Jezus, onze Heer, dat de dood wordt overwonnen door het leven, altijd weer. En hij schilderde dit drieluik denkend aan zijn lieve vrouw, die nu lachend op hem neerziet uit de hemel, zonder rouw.

Hugo Brouwer

In een enquête in 1977 gehouden onder de parochianen van de Andriesparochie werden vele suggesties gedaan over het kerkgebouw en haar aankleding. Het drieluik dat op het priesterkoor achter het hoogaltaar een prominente plaats gekregen had, riep veel en tegengestelde reacties op. Ondanks de geweldige symboliek die in het drieluik verwerkt was en waarover pastoor Van Oosterhout veel gesproken had in zijn preken bleef er bij een groot aantal parochianen veel onbegrip. Vooral door de wijze van afbeelden en de felle kleuren sprak het werk velen niet aan. Na jaren van voors en tegens besloot het kerkbestuur het drieluik weg te halen en op te slaan in de crypte. Het behoeft geen betoog dat Hugo Brouwer, de schilder, ontsteld en verbolgen was over deze miskenning van zijn werk. Hij beschouwde het schilderij als het meesterwerk van zijn gehele oeuvre en als een van de belangrijkste religieuze werken uit de moderne religieuze kunst in Nederland. Sommige reacties waren voor het behoud van dit schilderstuk, andere voor verkoop van het kunstwerk. Parochievergadering en parochiebestuur besloten uiteindelijk om het drieluik weer op te hangen aan de zijmuur van de Andrieskerk. De geschiedenis van het drieluik is een illustratie van het oude gezegde ‘een profeet wordt niet geëerd in eigen land’. De Andriesgemeenschap mocht zich gelukkig prijzen met dit waardevolle, vol symboliek zittende meesterwerk van haar oud-parochiaan Hugo Brouwer. Het drieluik kent nauwelijks zijns gelijke in de Nederlandse religieuze kunst van de 20e eeuw.

Textieldecoratie

 

Als alternatief voor het drieluik werd, na een enquête onder de parochianen, de opdracht gegeven tot het maken van een textieldecoratie aan Ilse de Kort-Claassen. Zij was in de parochie opgegroeid en als docente handvaardigheid verbonden aan het Eckartcollege. Een aantal parochianen werkte actief mee aan de vervaardiging van de textieldecoratie. Het hoofdmotief van het project is de kruisvorm, verkregen door de plaatsing van de zes panelen ten opzichte van elkaar. De voorstellingen geven gebeurtenissen weer uit het leven van Christus: > De boodschap van de engel Gabriël aan Maria. > De aanbieding van een geschenk door een van de drie koningen aan de heilige Familie. > De verrezen Christus. > De vrouwen bij het geopende graf. > Jezus onder de mensen. Christus zegent een jongen, die voor hem neerknielt met daarnaast de moeder van de jongen, die hem bij Jezus bracht. > Jezus sterft aan het kruis. Maria op de achtergrond. In mei 1985 werd met de plaatsing van de laatste twee panelen de versiering van het priesterkoor voltooid. Ruim een jaar besteedden José Jansen, Mieke Kuijpers, Marianne van Roermund, Truus de Rooij en Alice van de Ven aan de uitvoering van de ontwerpen.    

Tot slot

Na de sluiting van de Andrieskerk eind 2003 werd een nieuw onderkomen gezocht voor het drieluik. Binnen de parochie was daar geen plaats meer
voor. Daarom werd contact opgenomen met diverse musea in Nederland.
De conservator van het “Museum voor religieuze kunst” in Uden, dat overgegaan is in Museum Krona, vond dat dit kunstwerk een plaats moest
krijgen in het museum omdat het een duidelijke uitdrukking was van de tijdgeest van die tijd.
Het werd, via het bisdom, aan het museum geschonken, maar in afwachting van een uitbreiding van het museum zou het tijdelijk geplaatst worden in de
Bossche Schoolkerk in Odiliapeel. Omdat het daar, vanwege de afmetingen niet pastte, werd het op verzoek van het Bisdom, bij een particulier
ondergebracht.
Later is het aan de industrieel  Antoon van Duijnhoven verkocht. Deze heeft het geplaatst in de voormalige Pauluskerk die hij gekocht had om zijn
particulier verzamelingen in onder te brengen.

Oorspronkelijke tekst uit de uitgave “40 jaar Andriesparochie” en bewerkt door Jan Cunnen.