Hugo Brouwer aan het werk (zelfportret)

Artistieke duizendpoot Hugo Brouwer (1913-1986)

Hugo Jacobus Marie Brouwer is op 24 april 1913 in Den Haag geboren als tweede kind in het gezin van Hugo Leonardus Willebrordus Brouwer (1882-1962) en Wilhelmina Bosmans (1885-1925). Zijn vader is een ambachtelijk-religieus beeldhouwer die opgeleid was op het Haagse beeldhouwatelier van Te Poel & Stoltefus. Nog voor de geboorte van het zesde kind wordt zijn moeder in Rosenburg, een tehuis voor krankzinnigen, opgenomen. Vier kinderen komen in een weeshuis terecht en voor Hugo Brouwer die artistiek talent heeft, wordt beslist dat hij naar de kweekschool gaat om onderwijzer te worden. Hij staat zeven jaar op een volksschool voor de klas, maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan. Nadat hij de derde prijs bij de ontwerpwedstrijd van een affiche voor de Lumièrefeesten in 1937 heeft gewonnen, besluit hij zich geheel op de beeldende kunst toe te leggen. Hij raakt als illustrator betrokken bij het tijdschrift Lichtflitsen van de Bond zonder Naam van pater Henri de Greeve. Omdat het blad door de Eindhovense uitgeverij Het Poirtersfonds wordt uitgegeven, krijgt hij contact met de directeuren Peter en Louis Vrijdag van de Eindhovense drukkerij. Hugo Brouwer ontvangt een Koninklijke subsidie, studeert aan de academie in München en in de oorlog aan de Hochschule für Bildenden Künste in Berlijn. In Eindhoven leert hij zijn vrouw Wies (Aloysia Johanna Wilhelmina) Seijkens (1921-1972) – door hem Julika genoemd – kennen, met wie hij op 29 april 1943 trouwt en uit welk huwelijk zes kinderen geboren worden: Geertje (1944), Mieneke (1946), Huig (1947), Clara (1948), Cathrien (1950) en Bart (1953). Omdat zijn vrouw heimwee naar Brabant heeft en er meer werk voor een kunstenaar zal zijn, koopt hij met bemiddeling van Peter Vrijdag grond met een bouwverplichting in het Broek te Nuenen. Hij bouwt er samen met kunstenaar Theo Elfrink (1923-2014) een dubbelwoonhuis waar hij van 1952 tot 1980 zal wonen en werken. Door zijn werk direct te exposeren op tentoonstellingen zoals op de groepstentoonstelling in Zaal Van Vilsteren te Helmond van 25 september tot en met 5 oktober 1952 en door lid te worden van de in 1953 opgerichte Sociëteit Cultureel Contact speelt hij zich als kunstenaar in de kijker en telt hij mee. Hij krijgt monumentale opdrachten om glas-in-loodramen te ontwerpen voor de Sint-Catharinakerk in Eindhoven (1953-1961), de Lidwinakerk in Rotterdam-Hillegersberg (1956) en de Fatimakerk in Weert (1959-1960), waar hij in opdracht van Henri Smeets ook een groot mozaïek voor de apsis van het priesterkoor in 1965 uitvoert. Verder maakt hij beeldhouwwerk zoals portretsculpturen van H. Maria Goretti (1953) in Sint-Catharinakerk en drukker Jan Konings (1955) in de voormalige collectie van Museum Kempenland, het keramisch reliëf Drukkerswereld voor drukkerij Vrijdag (1952), ingangomlijstingen voor de verpleegstersflat aan de Vestdijk te Eindhoven (1958), wandreliëfs voor de Rijks HBS te Breda (1960) en de Rabobank op de Fellenoord te Eindhoven (1966), (glas)tegeltableaus voor kunsthandel Pijnenborg of doktershuis aan de Gerard Bruningstraat te Eindhoven (1958). Hij schildert vele portretten met name kinderportretten en ontwerpt voor vele mensen gelegenheidsdrukwerk. Wanneer de kerkelijke en monumentale opdrachten in de jaren 1960 opdrogen beschildert hij enkele jaren keramische potten en schalen, heeft een tekenclub (met o.a. Leo Achterberg, Antoon van Bakel, Jan Kothuis en Steven Scheffer) en schildert het ene na het andere doek. In zijn werk laat hij zich inspireren door zeer uiteenlopende kunstenaars (van Pablo Picasso, Jan Sluijters tot Karel Appel en Lucebert), wat leidt tot een stilistisch enorm uiteenlopend oeuvre. Zelf zegt hij hierover dat de stijl tussen figuratief en abstract de tijdgeest reflecteert en derhalve onpersoonlijk is, terwijl de expressie in ieder werk juist wel heel persoonlijk is. In de naoorlogse periode zijn er in Eindhoven aanvankelijk buiten tekenleraren en reclameontwerpers maar weinig vrije beeldende kunstenaars actief, zodat Hugo Brouwer inderdaad als vrij kunstenaar een gat heeft kunnen opvullen. Nadat zijn Julika in 1972 is gestorven, mist hij een vrouw in huis en heeft vele ups en downs, totdat hij Joke Brunink ontmoet, met wie hij in 1980 naar Uithuizermeeden in Groningen verhuist. Daar overlijdt hij op 19 augustus 1986.

Aan de kunst in de regio heeft Hugo Brouwer door zijn veelzijdigheid als kunstschilder, beeldhouwer, glazenier, mozaïekkunstenaar, tekenaar en ontwerper van gelegenheidsdrukwerk en door zijn enorme productiviteit een grote bijdrage geleverd.

 

Peter Thoben,

kunst- en cultuurhistoricus en oud-directeur-conservator van Museum Kempenland Eindhoven

Wie meer over Hugo Brouwer wil weten en afbeeldingen van zijn werk wil zien, kan het boek Hugo Brouwer ter hand nemen, dat ter herdenking van de honderdste geboortedag van Hugo Brouwer op 24 april 1913 te Eindhoven is uitgegeven in 2013.

Wilt u zien welke objecten de heemkundekring De Drijehornick in haar bezit heeft van Hugo Brouwer, kijk dan op www.drijehornick.nl, op blok ARCHIEVEN en vervolgens op Centraal-archief. Dan kunt u met de zoekfunctie BROUWER typen en de objecten bekijken.