Paleolithicum (ca 300.000 – 9.000 voor Christus)

In Noord-Brabant zijn uit deze periode vooral vondsten uit het Laat- Paleolithicum (11.000 – 8.800 voor Christus) bekend. Gedurende deze periode heerste als gevolg van de IJstijden vrijwel de gehele tijd een koud klimaat. Er leefden verschillende groepen mensen in Noordwest- Europa die leefden van de jacht, visvangst en het verzamelen van voedsel. Op grond van de vorm en wijze van bewerking van de vuurstenen werktuigen worden in Nederland twee culturen onderscheiden: de Federmesser- en de Ahrensburgcultuur. Jagers van de Federmessercultuur (genoemd naar een werktuig) leefden in een korte warme periode aan het einde van de laatste IJstijd, het zogenaamde Allerød (10.800-9000 voor Christus). Zij jaagden vooral op boswild als elanden en herten. Verder verzamelden ze plantaardig voedsel zoals vruchten, planten en noten. Na de warme Allerød periode daalde de temperatuur weer en veranderde het bos weer in een parklandschap waarin ondermeer het rendier weer voorkwam. Uit deze koude periode (9000-8000 voor Christus) stammen de Ahrensburg-jagers (genoemd naar de vindplaats Ahrensburg bij Hamburg). Zij maakten waarschijnlijk voor het eerst gebruik van pijl en boog om op groot wild als rendieren te jagen waarbij ze achter het wild aantrokken en grote afstanden aflegden. Bewoningssporen van beide culturen worden in het Brabants zandgebied met name terug gevonden in de beekdalen en in de buurt van vennetjes.

Bron:

Grondmij: 256133/RM/GAR686, revisie C1