PALEOGRAFIE/OUD SCHRIFT

Paleografie/Oud schrift

Paleografie/Oud schrift

De handschriften waarin teksten van vóór ca. 1750 – 1800 zijn geschreven, verschillen wezenlijk van de huidige manier van schrijven. Een deel van de letters werd heel anders geschreven en er werden afkortingen gebruikt die in die tijd gangbaar waren, maar waarvan we tegenwoordig de betekenis zijn vergeten. Om het probleem van de leesbaarheid op te lossen is in de zeventiende eeuw de wetenschap der paleografie ontstaan. Deze tak van wetenschap houdt zich bezig met het bestuderen en ontcijferen van oude handschriften. Bij paleografie worden de volgende vragen gesteld: wat staat er geschreven, door wie is het geschreven en wanneer is het geschreven?
Uiteraard is het vooral belangrijk om te achterhalen wat er in de documenten daadwerkelijk staat. Niet alleen het gekriebel moet gelezen kunnen worden. In de oude teksten komen veel afkortingen voor en een interpunctie ontbreekt.
Veel van de oudere archiefstukken staan bol van niet hedendaagse en daardoor moeilijk begrijpbare termen. Hieronder vallen oude termen waarvan de betekenis is veranderd of waarvan het woord uit ons dagelijkse taalgebruik verdwenen is. Het overnemen van de oorspronkelijke teksten in een nadere spelling of systeem van tekens wordt ook wel transcriberen genoemd. Bij het transcriberen worden fouten in de originele tekst letterlijk overgenomen en nooit verbeterd.

Een uitdaging waar op dit moment aan wordt gewerkt, is het archief van de Opwettense watermolen. We hebben honderden foto’s ontvangen van documenten over deze prachtige historische molen.
Ook over de familie Van den Hoven en De Kruijff hebben we bestanden ontvangen, die worden samengevat.
Ook liggen nog documenten uit de Schepenbank van de jaren 1522 t/m 1529 te wachten op het transcriberen ervan.

Coördinatoren: Jeroen Geerts en Riny van Rooij